De velden

Het terrein van Malagne is vooral geschikt voor het opzetten van onderzoeksgerichte landbouwkavels.

Op een relatief beperkt perceel (om en nabij de 10 ha), vindt men een grote verscheidenheid van bodemsoorten die typerend zijn voor de Famenne (slib, klei-kalk, leisteen-kalk). Door deze verscheidenheid kunnen we vergelijkend onderzoek verrichten op het gebied van plantengroei in relatie met de bodemsoort en archeologen kunnen voorhistorische testen uitvoeren.

Op Malagne kan de bezoeker de evaluatie volgen van oude graansoorten tot recentere, die naast elkaar worden verbouwd: gerst, spelt, rogge, tarwe, haver, koorn, gierst, enz. Op die manier kan men hun eigenschappen duidelijk onderscheiden en hun groeiwijze nader bestuderen.

De verbouwde granen, zoals spelt en gerst, komen tot hun recht in een reeks eetbare produkten, zoals brood, bier, granen die gepeld en gekookt worden, enz.

Op landbouwkundig gebied zijn er ook archeologische experimenten uitgevoerd op Malagne: oogsten met behulp van een sikkel of met een nagebouwde Gallische maaimachine, malen van de granen in een antieke molen, werken met een handploeg, het slaan van de granen (dorsen) met een dorsvlegel.

De granen wisselen om de twee jaar met groentegewassen, ofwel wordt er een klein laagje compost of mest toegevoegd. Voedzame planten en natuurlijke meststoffen, zoals die ook door de Gallische Romeinen al werden gebruikt, worden opgenomen tussen de tweejaarlijkse groente-granen wisseling, of rechtstreeks samengevoegd met een graansoort.

Het oude aspect van de gecultiveerde landbouwkavels vindt men in de uitzaaiing van een aantal messicole zomerbloeiers: klaprozen, korenbloemen, aaltjesziekten, chrysanten, margrieten.

Andere planten die een mogelijke verscheidenheid kunnen vertonen onder de plaatselijke boeren zijn ook bestudeerd: distel, boekweit, hennep.

 

Developed by Defimedia