![]() |
![]() |
De mandenmakerij en de touwslagerijDe Gallische Romeinen produceerden grotendeels hun dagelijkse gebruiksgoederen. Ook verwerkten ze de natuurlijke en dierlijke materialen tot touwen en manden.Onder de archeologische opgravingen vindt men nauwelijks resten van manden en touwen want de vezels die hiervoor werden gebruikt waren erg gevoelig en aan natuurlijke degradatie onderhevig. Desalniettemin heeft men objecten en gereedschappen teruggevonden die mogelijk werden gebruikt voor de fabrikatie van touwen of mandwerk. Het gebruik van deze objecten is niet altijd duidelijk. Gelukkig geven de werken die kunstenaars nabootsen ook aanwijzingen over deze technieken. Verscheidene manieren voor het vervaardigen van mandwerk werden beproefd, zoals manden vlechten rondom een geraamte, of geweven mandwerk. De tenen die gebruikt worden om manden te maken worden van struiken afgenomen, zoals van de notenboom, de kornoelje, de braamstruik, de wilg, de linde, enz. Men kiest daarvoor fijne takken die buigzaam zijn, die lang zijn en van constante diameter. De takken worden in water bewaard om hun souplesse te behouden, men noemt dit procédé het weken. Het materiaal dat wordt gebruikt voor de touwslagerij is zowel van dierlijke als van plantaardige afkomst. We kunnen u noemen: in stroken gesneden leer, (paarde)haar, vacht, wol, vlas, hennep, hop, brandnetel, kamperfoelie en de bast van bepaalde bomen. Er zijn vele manieren om touw te maken. Deze zijn gebaseerd op allerhande manieren waarop het draad gedraaid (torsie) of gevlochten (vlechtwerk) wordt. Het vlechten is vooral decoratief bedoeld. Onze voorouderen hebben al vroeg gebruik gemaakt van draaitechnieken en het lijkt makkelijker en sneller om een draaiwerk te maken dan een vlechtwerk.
|
|